Aankoopsom
|  | | Dit zijn de kosten die men maakt bij de aankoop van de woning, zoals de overdrachtsbelasting, de notariskosten en de makerlaarscourtage. |
Aansprakelijkheidsverzekering
|  | | Deze verzekering dekt materiele schade, veroorzaakt door bijvoorbeeld uzelf, uw partner of uw kinderen, waarvoor u aansprakelijk gesteld wordt. In de offerte aanvraag kunt u aangeven of u geinteresseerd bent in het afsluiten van deze verzekering. Wij nemen dan contact met u op. |
Aflossen
|  | | Het bedrag dat u jaarlijks mag aflossen zonder dat u boeterente betaalt. De Bank hanteert een jaarlijkse boetevrije aflossing van maximaal 10% van het oorspronkelijke hypotheekbedrag. Onder omstandigheden — zoals bijvoorbeeld i.g.v. verkoop van uw huis — behoeft u zelfs helemaal geen boete te betalen. |
Aflossingsvorm
|  | | Behalve bij een aflossingsvrije hypotheek wordt de lening in een bepaalde vorm terugbetaald. Dit kan op diverse manieren, diverse vormen dus. Men spreekt hier ook wel over de diverse hypotheekvormen. |
Aflossingsvrije hypotheek
|  | | Bij deze hypotheekvorm betaalt u geen aflossing, alleen maar rente. De restschuld blijft gedurende de looptijd van de hypotheek gelijk, tenzij u vrijwillig aflost. |
Afkoopwaarde
|  | | Het bedrag dat wordt uitgekeerd als u besluit uw levensverzekering tussentijds te beëindigen. Deze waarde komt overeen met het bedrag dat u op dat moment hebt opgebouwd, eventueel na aftrek van boete en/of administratiekosten. |
Afsluitkosten
|  | | De kosten die worden gemaakt bij het afsluiten van een hypotheek, bijvoorbeeld hypotheek-, administratie-, taxatie- en notariskosten. |
Afsluitprovisie
|  | | Afsluitprovisie worden door hypotheekverstrekkers in rekening gebracht en kunnen oplopen tot 1% van het hypotheekbedrag. Deze provisie bedraagt maximaal 1%. De afsluitprovisie is fiscaal aftrekbaar. |
Akte
|  | | Notarieel document waarin de overdracht van een huis of hypotheek wordt vastgelegd. |
Alimentatie
|  | | In de offerte aanvraag wordt gevraagd naar het eventuele bedrag dat u per maand aan alimentatie betaalt voor uw ex-partner. Alimentatie voor kinderen behoeft u niet op te geven. |
Annuiteitenhypotheek
|  | | Een hypotheekvorm waarbij de hypotheeklasten, bestaande uit aflossing en rente, door de jaren heen gelijk blijven,als er geen rentewijzigingen of extra aflossingen plaatsvinden. |
Bankgarantie
|  | | Een garantie van de bank dat de waarborgsom, die de koper bij nalatigheid aan de verkoper moet betalen, wordt voldaan. |
Belastingaftrek
|  | | Hypotheekrente is onder voorwaarden aftrekbaar. Het fiscale voordeel is onder andere afhankelijk van de hoogte van uw inkomen. |
Betalingstermijn
|  | | De periodieke termijn waarin u de premie, rente en eventueel aflossing betaalt. Bij de Bank betaalt u per maand. Aan het einde van de maand wordt het te betalen rentebedrag automatisch van uw rekening afgeschreven. |
Bestaande polis
|  | | Wellicht heeft u elders reeds een levensverzekering / overlijdensrisico verzekering lopen, en wilt u deze ten behoeve van uw Bank hypotheek inbrengen. Dit kan, mits de dekking van de verzekering(en) voldoet aan de door ons gestelde eisen. In ieder geval dient er bij het afsluiten van de geldlening een overlijdensrisicoverzekering aanwezig te zijn voor dat deel van de lening dat 75 % van de executiewaarde te boven gaat. Wel dienen de looptijd van de polis en de looptijd van de hypotheek aan elkaar gelijk te zijn. In de offerte aanvraag wordt e.e.a. duidelijk aangegeven. Daarnaast krijgt u de mogelijkheid om, in geval van onvoldoende dekking, een aanvullende verzekering via ons af te sluiten. |
Boeterente
|  | | Het bedrag dat de geldverstrekker in rekening brengt wanneer voor het aflopen van de rentevaste periode de hypotheek vroegtijdig wordt afgelost. De hoogte van de boeterente is afhankelijk van de boetevrije aflossing die u kunt doen, de rentestand en van de voorwaarden die de Bank in deze hanteert. |
Boetevrije aflossing
|  | | Het bedrag dat u jaarlijks mag aflossen zonder dat u boeterente betaalt. De Bank hanteert een jaarlijkse boetevrije aflossing van maximaal 10% van het oorspronkelijke hypotheekbedrag. Onder omstandigheden — zoals bijvoorbeeld i.g.v. verkoop van uw huis — behoeft u zelfs helemaal geen boete te betalen. |
Bouwdepot — nieuwbouw
|  | | Hypotheek wordt op moment van aankoop voor gehele bedrag afgesloten en in een depot gezet. Vanuit het depot worden betalingen (eerst voor de grond, vervolgens voor de bouwtermijnen) verricht. Over het bedrag dat aanwezig is in dit depot wordt rente vergoed (= (gemiddelde) hypotheekrente minus 1%). |
Bouwdepot — verbouwing
|  | | Deel van hypotheekbedrag, bestemt voor verbouwing wordt in een depot gezet, vanaf een minimumbedrag van EUR 5.000,-. Vanuit het depot worden betalingen verricht op basis van ingestuurde (verbouwings)nota’s. Over het bedrag dat aanwezig is in dit depot wordt rente vergoed (= (gemiddelde) hypotheekrente minus 1%). |
Bouwfinanciering
|  | | De wijze — in termijnen — waarop een nieuwbouwhuis wordt betaald. Eerst wordt de grond betaald en naarmate de bouw vordert volgen de resterende termijnen. De hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag afgesloten en in depot gezet — het bouwdepot. Vanuit het depot worden de termijnen betaald. Over het bedrag dat aanwezig is in dit depot wordt rente vergoed (= (gemiddelde) hypotheekrente minus 1%). |
Bouwrente
|  | | Rente die wordt betaald tijdens de bouw van een nieuwe woning. Dit is het verschil tussen de te betalen hypotheekrente en de te ontvangen rente over het bouwdepot. |
Bouwtermijnen
|  | | De gedeelten van de koop/aanneemsom die volgens het contract voor een nieuwbouwhuis moeten worden voldaan. |
Bruto jaarinkomen
|  | | De vaste elementen van uw inkomen: vast inkomen bestaat uit brutoloon of —salaris, vakantietoeslag, 13e maand (mits onvoorwaardelijk), onvoorwaardelijke eindejaarsuitkering of onvoorwaardelijke winstuitkering, VUT/Pensioen. Overigen — variabele — inkomensbestanddelen tellen slechts ten dele mee. |
Boxenstelsel
|  | Uw belastbare Inkomen is verdeeld in een rangorde. In het belastingstelsel 2001 valt uw inkomen in een van drie zogenaamde boxen.
-
Box 1 is belastbaar inkomen uit woning en werk.
- Box 2 is belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang.
- Box 3 is belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.
|
Canon
|  | | Een (meestal) jaarlijkse heffing over grond die in erfpacht wordt uitgegeven. De canon, mits structureel, is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. |
Consumptieve verplichtingen
|  | | Bedrag dat u per maand betaalt voor lopende leningen (doorlopend krediet, persoonlijke lening, credit card, winkelpassen, verzendhuiskrediet, debetstand). |
Contante waarde
|  | | Contante waarde speelt een rol bij de bepaling van de hoogte van de eventuele boete bij vervroegd aflossen. Geld dat u in de toekomst moet betalen of ontvangt is minder waard dan geld dat direct wordt betaald of ontvangen. Degene die het geld tegoed heeft mist immers de renteopbrengst. Het bedrag dat u in de toekomst moet betalen of ontvangen wordt daarom verminderd (afgewaardeerd) met een rentefactor. |
Contraverzekering bij Pensioen Optimaal Hypotheek
|  | | Een contraverzekering is bedoeld om zich te verzekeren tegen het vervallen van de nog uit te keren termijnen na het overlijden van de (langstlevende) verzekerde voor de einddatum van de Direct Ingaande Lijfrente. Zonder een contraverzekering vallen bij overlijden de nog niet uitbetaalde termijnen toe aan de verzekeraar. Een contraverzekering wordt meestal afgesloten door de erfgenamen van de verzekerde(n) van de DIL. De verzekeringnemer(s) is/zijn tevens de begunstigde van de contraverzekering, ontvangt de polis en betaalt zelf de bijbehorende koopsom. De koopsom van de contraverzekering is afhankelijk van de looptijd en de hoogte van de koopsom van de DIL en van de leeftijd van de verzekerde(n). Direct na het overlijden van de (langstlevende) verzekerde - voor de einddatum van de DIL - keert de contraverzekering een kapitaal uit. Dit kapitaal is gebaseerd op het verschil van de betaalde koopsom van de DIL en de reeds gedane uitkeringen. |
Conversiekosten
|  | | De kosten die u moet betalen als u tussentijds van de ene rentevaste periode overgaat naar de andere. |
Courtage
|  | | De provisie die u als verkoper aan een makelaar betaalt voor een geslaagde transactie. |
Dagrente
|  | | De rente van de offerte of de rente op de aktedatum wanneer deze lager is. |
Dalrente
|  | | De laatste rente die BLG Hypotheken heeft aangeboden in de periode tussen offerte en hypotheekakte. |
Direct Ingaande Lijfrente (DIL) bij Pensioen Optimaal Hypotheek
|  | | Een DIL (Direct Ingaande Lijfrente) is een aanspraak op een reeks vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen, die uiterlijk bij overlijden eindigt. De aanspraak is afhankelijk van het leven van een of meerdere personen. De aanspraak ontstaat uit het afstorten van een koopsom bij een verzekeraar. |
Effectenhypotheek
|  | Bij deze hypotheekvorm wordt er aan de hypotheek een of meer beleggingsfondsen gekoppeld. Deze dienen te zijner tijd voor de aflossing van de lening. U hoeft geen premie en geen aflossing te betalen. De hypotheeklasten bestaan, naast de hypotheekrente, namelijk uit een bedrag dat wordt belegd.
De Effectenhypotheek van BLG Hypotheken werkt niet met beleggingsverzekeringen. U belegt rechtstreeks waardoor u geen hoge verzekeringspremies betaald. |
Effectieve rente
|  | | Het rentepercentage dat u werkelijk over uw hypotheekschuld betaalt, waarbij rekening wordt gehouden met afsluitkosten, betaalwijze, betaalfrequentie en terugbetaaltermijn. |
Eigen geld
|  | | Het staat u te allen tijde vrij eigen geld te gebruiken voor de aanschaf van een woning. Het bedrag aan eigen inbreng wordt afgetrokken van het benodigde hypotheekbedrag, zodat u op een lagere hypotheek en dus lagere lasten maar minder belastingvoordeel uitkomt. |
Eigendomsakte
|  | | Na de koop van een huis ontvangt u een eigendomsakte van de notaris. Dit is een door het kadaster gewaarmerkt afschrift van de transportakte. |
Eigenwoningforfait
|  | | Een fiscale bijtelling op uw inkomen, gebaseerd op de waarde van uw woning. |
Eindschuld
|  | | Het nog openstaande bedrag aan het einde van de looptijd van een hypotheek. |
Erfpacht
|  | | Sommige huizen staan op grond die bijvoorbeeld van de gemeente is. Hiervoor betaalt de eigenaar van het huis jaarlijks een bepaald bedrag het erfpacht canon. |
Executie
|  | | De gedwongen verkoop van een huis. |
Executiewaarde
|  | | De geschatte opbrengst van een huis bij gedwongen verkoop. |
Expiratiedatum
|  | | Datum waarop een contract of een onderdeel daarvan afloopt. Bijvoorbeeld het einde van de hypotheekovereenkomst of een rentevaste periode |
Extra aflossing
|  | | Het bedrag dat u vrijwillig aflost boven op het bedrag dat contractueel is vastgelegd. |
Financieringskosten
|  | | Kosten die u moet betalen bij het afsluiten van een hypotheek, zoals afsluitprovisie, taxatie-, administratie- en hypotheekaktekosten. Deze kosten zijn fiscaal aftrekbaar. |
Fiscaal voordeel
|  | | Hypotheekrente is onder voorwaarden aftrekbaar. Het fiscale voordeel is onder andere afhankelijk van de hoogte van uw inkomen. |
Gedwongen verkoop
|  | | De gedwongen onderhandse of openbare verkoop van een woning. Een geldgever kan hiertoe overgaan als een hypotheekgever niet aan de geldnemer kan of wil voldoen. |
Geregistreerd partnerschap
|  | | Partners kunnen hun partnerschap laten registreren bij de burgerlijke stand. Het gevolg hiervan is dat hun fiscale en juridische positie gelijk is aan die van gehuwden. Men kan een huwelijk ook omzettenin partnerschap en omgekeerd. |
Herbouwwaarde
|  | | Bedrag dat nodig is om een woning opnieuw te bouwen. Staat meestal vermeld in het taxatierapport en is de basis voor de opstalverzekering van uw huis. Tenzij anders vermeld wordt de herbouwwaarde genoemd exclusief de kosten voor de fundering. |
Hertaxatie
|  | | Hertaxatie komt voor bij de Wet Onroerend Zaakbelasting (WOZ) en is de periodiek terugkerende taxatie voor de WOZ-waarde. |
Hogere hypothecaire inschrijving
|  | | In de offerte aanvraag kunt u aangeven dat u graag bij de notaris een hoger hypotheekbedrag wilt laten inschrijven dan u op dit moment strikt genomen nodig heeft. Dit kan voordeel hebben als u bijvoorbeeld binnen een aantal jaren een verbouwing verwacht. Op het moment dat u van de hogere inschrijving gebruikt wenst te maken, neemt u contact met ons op, wij toetsen uw wensen aan uw mogelijkheden van dat moment. Als alles in orde is, en de lopende hypotheek plus het bedrag dat u bij wilt lenen binnen de door u gedane inschrijving blijft, hoeft u niet naar de notaris, waardoor u deze kosten uitspaart. |
Hoofdsom
|  | | Het bedrag waarvoor u uw hypotheek in eerste instantie heeft afgesloten. |
Hypothecaire inschrijving
|  | | Het door de notaris laten registreren van de hypotheek in het hypothekenregister. Hierin wordt vastgelegd voor welk bedrag en door welke personen op welk perceel een hypotheek is aangegaan. |
Hypotheekakte
|  | | De akte waarmee de hypotheekgever (u dus) en de hypotheeknemer (de instelling waarbij u een lening afsluit) het hypotheekrecht vastleggen. Dit gebeurt bij de notaris, die ook zorgt voor aantekening in het kadaster. |
Hypotheekcombinatie
|  | | Het is mogelijk verschillende hypotheekvormen (bijvoorbeeld Aflossingvrij en Annuiteit) te combineren. Daarnaast kunt u ook kiezen voor verschillende rentevaste perioden (bijvoorbeeld Aflossingvrij voor 5 jaar vast en Annuiteit voor 10 jaar vast), en voor verschillende looptijd van de hypotheek, b.v. aflosvrij 30 jaar en annuiteit 20 jaar. |
Hypotheekgever
|  | | De partij die een onroerende zaak als onderpand aanbiedt, oftewel de eigenaar van een huis. |
Hypotheeklasten
|  | | Bedrag dat u iedere maand aan hypotheek betaalt. |
Hypotheeknemer
|  | | De geldverstrekker die een onroerend goed als onderpand aanvaardt voor een lening. |
Hypotheekregister
|  | | Een door het Kadaster gevoerde administratie waarin alle geregistreerde hypotheken zijn vermeld. Dit register is openbaar en kan desgewenst geraadpleegd worden. |
Hypotheeksom
|  | | Het totale bedrag dat u leent bij een geldverstrekker en waarvoor uw huis als onderpand dient. |
Inboedelverzekering
|  | | Een verzekering tegen brand en andere schadedekkingen van roerende zaken. |
Instaprente
|  | | Voordat u een hypotheek afsluit, kunt u kiezen voor een instaprente. Deze geldt meestal voor een periode van 1 of 2 jaar. In deze periode bent u vrij om op elk door u gewenst moment de rente voor een kortere of langre tij d tegen de dagrente vast te zetten. |
Inkomen
|  | | Het totaal van vast en variabel inkomen. |
Kadaster
|  | | De instelling waar alle onroerende zaken geregistreerd worden en waar u onder andere informatie kunt opvragen over de eigenaar, de oppervlakte van de onroerende zaak en de hypotheek. |
Kapitaalverzekering eigen woning
|  | | De kapitaalverzekering (levensverzekering) die tot doel heeft het vergaren van voldoende kapitaal om de hypotheek aan het einde van de looptijd te kunnen aflossen. |
Kosten koper (k.k.)
|  | | Alle overdrachtskosten, zoals overdrachtsbelasting, transportakte en kadastrale rechten, die de koper moet betalen bij het overgaan van een huis. Deze kosten zijn niet fiscaal aftrekbaar. |
Leningdeel
|  | | De hypotheek kan bestaan uit meerdere leningdelen zoals bijvoorbeeld een leningdeel aflosvrij en een deel annuiteiten enzovoort. |
Levenhypotheek
|  | | Bij deze hypotheekvorm leent u geld en sluit u op hetzelfde moment een levensverzekering. Uw maandelijkse lasten bestaan uit de premie voor de verzekering en de rente over de lening. Bij deze hypotheekvorm hoeft u dus geen aflossing te betalen. |
Lijfrente
|  | | Een vorm van levensverzekering waarbij een bedrag bij in leven zijn wordt uitgekeerd, in een vooraf afgesproken looptijd. De premies kunnen van de belasting worden afgetrokken en de uitkering kan onbelast worden gemaakt voor de fiscus. |
Lijfrenteaftrek
|  | | Door de belastingdienst vastgestelde bedragen van aftrekbare premies voor een lijfrenteverzekering. |
Lineaire hypotheek
|  | | Bij een lineaire hypotheek lost u elk jaar een vast bedrag af en betaalt u rente over de restschuld. De hypotheeklast daalt daardoor elk jaar. |
Looptijd hypotheek
|  | | De periode waarbinnen de aflossing van de lening dient plaats te vinden. Standaard is deze periode 30 jaar, maar afwijkingen zijn mogelijk, o.m. vanwege de leeftijd van de aanvrager.. |
Looptijd rente
|  | | Ook wel rentevaste periode genoemd. De periode waarvoor de rente wordt vastgezet. De periode waarin u een vooraf vastgesteld rentepercentage betaalt. Hoe langer u de rente vastzet, hoe langer u zekerheid heeft dat uw hypotheeklasten gelijk blijven, maar hoe hoger het rentepercentage, dus (relatief) hogere rentelasten. |
Makelaarscourtage
|  | | De provisie die u aan een makelaar betaalt na een geslaagde transactie. |
Maandlast bruto
|  | | Het bedrag aan premie, rente en eventueel aflossing dat u maandelijks betaalt voor fiscale verrekening. |
Maandlast netto
|  | | Het bedrag aan premie, rente en eventueel aflossing dat u maandelijks betaalt na fiscale verrekening. |
Nationale Hypotheek Garantie
|  | | Een garantiestelling die door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen wordt afgegeven aan de geldverstrekker, waardoor deze ervan verzekerd is dat hij het uitgeleende geld zal terugontvangen. U krijgt met NHG een lagere rente! |
Netto werkelijke rente
|  | | De werkelijke kostprijs van een hypotheek, die bestaat uit de nominale rente plus de afsluitkosten en premie van de overlijdensrisicoverzekering, minus de fiscale voordelen. |
Nominale rente
|  | | De rente die u aan de geldverstrekker betaalt, waarbij geen rekening is gehouden met fiscale voordelen en bijkomende kosten. |
Notariskosten
|  | | De kosten die een notaris berekent voor het passeren en registreren van de hypotheek- en transportakte. |
Offerterente
|  | | De rente die in de offerte staat. |
Onderhandse verkoopwaarde
|  | | De waarde van een huis op de vrije markt. |
Onderpand
|  | | Wanneer een hypothecaire geldlening voor een woonhuis wordt verstrekt, dan wordt dit woonhuis in onderpand (zekerheid) gegeven. Dit heeft overigens geen invloed op het gebruik van dit woonhuis. |
Onroerend Goed
|  | | Grond en alles wat vast en duurzaam met de grond is verbonden. |
Onroerend zaak
|  | | De grond en alles wat zich daarin en daarop bevindt, voor zover dat aard- of nagelvast daarmee is verbonden. Bijvoorbeeld uw huis, inclusief deuren, dakpannen, etc. |
Onroerende Zaak Belasting (OZB)
|  | | Gemeentelijke belasting die eigenaren en gebruikers van woningen moeten betalen. |
Ontbindende voorwaarden
|  | | Voorwaarden in de koopovereenkomst van een woning, op grond waarvan een overeenkomst kan worden ontbonden. |
Oplevering
|  | | Het moment waarop de bouw van een woning is voltooid en de sleutel wordt overgedragen aan de eigenaar. |
Opstalverzekering
|  | | Verzekering tegen schade aan de woning (niet de inboedel). |
Overbruggingskrediet
|  | | Lening om het eigen geld voor de aankoop van een nieuw huis, dat vrij komt voor de verkoop van het oude huis, te overbruggen. |
Overdrachtsakte
|  | | De akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de koop en verkoop van een huis. Deze wordt ook wel de transportakte of akte van levering genoemd. |
Overdrachtsbelasting
|  | | De belasting die wordt geheven bij de koop van een huis. Deze bedraagt zes procent van de koopsom en wordt meestal door de koper betaald. |
Overlijdensrisicoverzekering
|  | | Een verzekering die een vooraf bepaald bedrag uitkeert bij overlijden (en waardoor de nabestaande(n) in de woning kunnen blijven wonen). |
Oversluiten
|  | | Het opnieuw afsluiten van een hypotheek tegen andere voorwaarden of een lagere rente bij dezelfde of een andere geldverstrekker. |
Overwaarde
|  | | Het positieve verschil tussen de verkoopwaarde van een huis en de restschuld van de hypotheek. Op basis van overwaarde kunt u bijvoorbeeld een hypotheek verhogen of een tweede hypotheek afsluiten. |
Passeren
|  | | Het ondertekenen van de hypotheek- en/of transportakte bij de notaris. |
Rechtsbijstandverzekering
|  | | Een verzekering die voorziet in rechtshulp bij juridische zaken. |
Recht van hypotheek
|  | | In ruil voor het hypotheekbedrag verleent u de geldverstrekker het recht van hypotheek op uw huis. Blijft u in gebreke met de aflossing, en dient uw huis openbaar te worden verkocht, dan heeft de geldverstrekker voorrang bij de opbrengst van de verkoop. |
Rentebedenktijd
|  | | De bedenktijd, meestal één of twee jaar, die een geldverstrekker u geeft om te bepalen op welk moment u een rentevaste periode wilt laten vastzetten. |
Renteherziening
|  | | Na afloop van de overeengekomen rentevaste periode moet de rente opnieuw bepaald (herzien) worden, aan de hand van de dan geldende dagrentes. |
Rentevaste periode
|  | | Een periode waarin de rente gelijk blijft. Aan het einde van een rentevaste periode wordt door de geldverstrekker een voorstel gedaan voor een nieuwe rente en rentevaste periode. |
Respijttermijn
|  | | De periode (aantal dagen) die de geldverstrekker u nog gunt om bij een rentestijging de lopende rente om te zetten op basis van de dagrente van voor de stijging. |
Restschuld
|  | | Het nog openstaande bedrag van een lening. |
Risicopremie
|  | | In geval van een spaarhypotheek betaalt u premie voor een zogenoemde kapitaalverzekering. Deze premie bestaat uit een risicopremie en een spaarpremie. Dankzij het risicodeel wordt het gedeelte spaarhypotheek van uw lening afgelost mocht u komen te overlijden. |
Roerende zaken
|  | | Alle zaken die niet vast zijn verbonden aan een onroerend goed. |
Royeren
|  | | Een hypotheek doorhalen bij het hypotheekregister van het Kadaster. |
Sofi-nummer
|  | | Met de invoering van het nieuwe belastingstelsel zijn banken en levensverzekeringsmaatschappijen wettelijk verplicht Sofi-nummers van hun klanten te registreren. |
Spaarhypotheek
|  |
Bij een spaarhypotheek betaalt u geen aflossing, maar rente, spaar- en risicopremie over het geleende bedrag. Het belangrijkste kenmerk is dat wanneer de rente omhoog gaat, de premie omlaag gaat en omgekeerd. De lasten blijven nagenoeg gelijk.
Het risico dat u met een schuld blijft zitten zoals opgenomen in de Financiële Bijsluiter is zeer klein. |  | |
Spaarpremie
|  | | In geval van een spaarhypotheek betaalt u premie voor een zogenoemde kapitaalverzekering. Deze premie bestaat uit een risicopremie en een spaarpremie. De spaarpremie wordt voor u op een rekening gezet tegen een afgesproken rentevergoeding, die gelijk is aan het rentepercentage dat u betaalt voor uw hypothecaire lening(deel). |
Successierecht
|  | | De belasting die u moet betalen als u een erfenis in ontvangst neemt. |
Toetsdagen
|  | | De maandvariabele rente wordt telkens op de eerste van iedere maand getoetst. |
Taxatie
|  | Vaststellen van de waarde van een huis. De taxateur kijkt naar het type huis, de grootte, staat van onderhoud, de ligging, prijs van vergelijkbare huizen. Taxatie dient te zijn opgemaakt door een persoon die daartoe bevoegd is en deze mag op geen enkele wijze betrokken zijn bij de transactie van (ver)koop of financiering. Het taxatierapport dient te zijn opgemaakt door een persoon die is ingeschreven in het register van:
- de stichting Nederlands Register van Vastgoed Taxateurs (NRVT); of
- de stichting Instituut Certificatie en Register Makelaar- Taxateur onroerende zaken (CRMT); of
- de stichting Certificering VBO Makelaars (SCVM); of
- de stichting Register Taxateurs Onroerende Zaken (SRTOZ).
Voorts mag het taxatierapport op het moment van hypotheekaanvraag niet ouder zijn dan 12 maanden.
De afstand tussen het te taxeren object en de standplaats van de taxateur mag niet meer bedragen dan 50 kilometer.
|
Tophypotheek
|  | | Benaming voor een hypotheek die hoger is dan de executiewaarde van het huis. Bank of Scotland leent tot maximaal 125% van de executiewaarde. Andere aanbieders vragen doorgaans een hoger rentepercentage in dit geval, omdat zij een groter risico nemen. Bij Bank of Scotland betaalt u echter geen opslag. |
Transportakte
|  | | De akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de koop en verkoop van een huis. Deze wordt ook wel de overdrachtsakte of akte van levering genoemd. |
Tweede hypotheek
|  | | Alleen mogelijk indien ook 1e hypotheek bij de Bank loopt. |
Variabele rente
|  | | Bij een hypotheek met variabele rente betaalt u de geldende dagrenten en is er dus geen rentevaste periode. De variabele rente kan - afhankelijk van de aanbieder - per dag, per maand, per kwartaal of per half jaar worden aangepast. |
Variabele inkomen
|  | | Variabel inkomen wordt door de Bank gedefinieerd als onregelmatigheidstoeslag, provisie en overwerk. |
Verhuisregeling
|  | | In onze voorwaarden wordt aangegeven wat van toepassing is indien u in de toekomst verhuist. U heeft altijd de mogelijkheid om bij verwerving van een andere woning de eventueel lagere rente voor de resterende renteperiode voor een bedrag gelijk aan de af te lossen lening mee te nemen naar een bij de Bank nieuw te sluiten soortgelijke lening, mits de nieuwe lening uiterlijk zes (6) maanden na de aflossing van de oude lening wordt gesloten. |
Vermogensrendementsheffing
|  | | U betaalt 30% belasting over 4% van uw vermogen. U betaalt dus niet meer over het werkelijke rendement van uw vermogen. |
Versneld aflossen
|  | | Bij de Bank mag u jaarlijks maximaal 15% van het oorspronkelijke hypotheekbedrag boetevrij aflossen. Onder omstandigheden zoals bijvoorbeeld i.g.v. verkoop van uw huis behoeft u zelfs helemaal geen boete te betalen. |
Verwervingskosten
|  | | Het totaal benodigde bedrag om het huis te kunnen kopen (verwerven). |
Voorlopige teruggaaf
|  | | De maandelijkse verrekening van de belastingdienst omtrent het belastingvoordeel dat u geniet omdat hypotheekrente fiscaal aftrekbaar is. |
Voorlopig koopcontract
|  | | Het koopcontract dat vooraf gaat aan de overdracht bij de notaris. 'Voorlopig'is misleidend: zo'n contract kan alleen worden ontbonden als er aan een van de ontbindende voorwaarden wordt voldaan. |
Voortschrijdende rente
|  | | De Middelrente van BLG Hypotheken is een voortschrijdende rente. Elk jaar wordt de rente voor 1/10 deel aangepast. Hierdoor krijgt men een zeer gelijkmatig voortschrijdende schaal. |
Vrij op naam (v.o.n.)
|  | | Dit betekent dat de wettelijk voorgeschreven overdrachtskosten, zoals overdrachtsbelasting, transportakte en kadastraal recht zijn inbegrepen in de koopsom. |
Vrije verkoopwaarde
|  | | De marktwaarde van een woning. |
Waarborgsom
|  | | Zekerheidsstelling voor de verkoper, tot aan transportdatum van een huis, waarbij de koper een bedrag overmaakt aan de notaris. |
Woonlasten
|  | | Het bedrag dat u betaalt voor het bewonen van een huis. |
Woonlastenverzekering
|  | | Een verzekering die u de mogelijkheid geeft dat u uw woonlasten kunt blijven betalen als u bijvoorbeeld arbeidsongeschikt of werkloos raakt. |
Woonvergunning
|  | | In een aantal gemeenten is bij een bepaalde koopprijs een woonvergunning nodig. Deze vergunning geeft u het recht om in de door u gekochte woning te gaan wonen. |
WOZ-waarde
|  | | De Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) schrijft voor dat de gemeente de fiscale waarde van uw woning vaststelt. Hierdoor worden grote waardeverschillen tussen vergelijkbare onroerende zaken voorkomen. De WOZ-waarde is basis voor diverse belastingheffingen. |
|